American Indian Dog Geschiedenis van de American Indian Dog Lang voordat de Native Americans paarden hadden, waren de Song Dogs al aanwezig. Ze werden gebruikt voor de jacht, als herder, trek- en pakdier, waakhond en babysitter. Deze honden waren onmisbaar in het leven van de Indianen. Het coyote-achtige uiterlijk is geen toeval. De Native Americans geloven dat de coyotes ofwel “God’s Dogs” de eerste levende wezens op aarde waren en ook de laatste zullen zijn. De Indian Dog werd vaak gekruist met de coyote voor het instinct, roedelgedrag en hoge intelligentie. De Indianen hadden zo’n 10 tot 30 honden per familie. Ze noemden hun honden “Song Dogs” vanwege hun hoge stemmen. Wanneer ze op bizons jaagden of met elkaar communiceerden, maakten ze geluiden alsof ze zongen. Witte honden met blauwe ogen werden als heilig beschouwd. Karakter van de American Indian Dog De American Indian Dog is intelligent, loyaal, trouw, instinctief en kan terughoudend zijn tegenover vreemden. Ze zijn beslist niet vals, maar waken wel. De American Indian Dog hecht zich sterk aan een persoon of 1 familie en kan daardoor zeer moeilijk herplaatst worden, daarom is het belangrijk om niet te proberen om een American Indian Dog te krijgen als je hem niet zijn hele leven kan behouden. Rasstandaard van de American Indian Dog Schofthoogte: Reu 60 - 68 cm. Teef 55 - 63 cm. Verschijning: De American Indian Dog is gelijkend het Spitstype. Middelbare grootte en licht van lichaamsbouw met een coyote achtige uitstraling. Hoofd: In verhouding met het lichaam. Snuit: wigvormig en tamelijk lang. Neus: middelbare grootte, zwart. Een leverkleurige neus word bij lichtere vachtkleuren geaccepteerd. Ogen: Tamelijk groot en amandelvormig. Kleur: van geel tot amberbruin of blauw. Soms tweekleurig van ogen. De ogen hebben een intelligente starende blik. (Witte honden met blauwe ogen werden als heilig beschouwd) Oogleden: nauwsluitend, zwart. Oren: Tamelijk groot en ver uiteenstaand. Rechtopstaande oren. Mond: Gebit: schaargebit, zeer sterk. De M1 in de onderkaak is groter als bij andere rassen. Lippen: dun en zwart, nauwsluitend over de kaak. Hals: Middelbare lengte en sterk, een goed ontwikkelde kraag is gewenst. Voorhand: De voorbenen staan iets naar buiten en zijn fijn gebouwd. Goede bespiering. Lichaam: Lichtelijk langer dan de hoogte en een rechte rug. Lendenen zijn krachtig met een goede afstand tussen de laatste rib en heup. De borst is diep maar niet te breed. Achterhand: Lang recht en goed gespierd. Hakken goed afgetekend en evenwijdig. Voeten: Klein en katachtig. Beweging: Gemakkelijk en snel afstanden overbruggen. Gebouwd voor snelheid, groot uithoudingsvermogen. Zeer wendbaar en katachtige souplesse. Staart: Lang en totaan de hakken reikend. De bossige staart wordt hangend met onderaan een lichte draaiing gedragen. Maar kan tijdens het rennen strak achterwaarts of bij dominantie hoger worden gedragen. Kleur: Alle natuurlijke kleuren kunnen voorkomen. Vacht: Middelmatige lengte en glanzend. Korte, dikke, pluizige ondervacht en iets langere bovenvacht. Gezondheid van de American Indian Dog De American Indian Dog kan gehoorproblemen en problemen met narcose hebben. Verzorging van de American Indian Dog Heeft veel beweging nodig. Regelmatig wassen en goed borstelen is ook belangrijk. Opvoeding van de American Indian Dog De Native American Indian Dog is een zeer gevoelige en zeer intelligent dier dat uitgebreid gebruik maakt van lichaamstaal om te communiceren. Ze hebben een will to please en zijn zeer ontvankelijk voor visuele en verbale commando's. Ze zijn zeeer gevoelig en hebben een consequente maar absoluut geen harde opvoeding nodig. Socialisatie en training op jonge leeftijd is een must.